De Interne Anatomie
|
Deze omvat: het Skelet, Spieren, Zwemblaas, Tanden, Kieuwen, Spijsvertering, Milt, Lever, Galblaas, Alvleesklier, Nieren, Voortplantingsorganen, Hersenen, het Ruggenmerg, het Zenuwstelsel , de Bloedsomloop en het Hart.
Het Skelet
Het geraamte is een complexe structuur met twee belangrijke functies. De eerste functie is het verlenen van steun, van een stevige structuur voor de spieren, die er ofwel rechtstreeks, ofwel via kraakbeen mee verbonden zijn. De interactie tussen bot en spieren maakt beweging mogelijk. De tweede functie is het beschermen van inwendige weefsels en organen.
Spieren
In alle gewervelde dieren worden er drie belangrijke types van spieren aangetroffen, namelijk de gladde spieren in de wanden van vene en arteria en in de darmen, waar ze verantwoordelijk zijn voor het transport van het voedsel; de hartspier en de gestreepte spieren. De gestreepte spieren worden geassocieerd met beweging en zijn verbonden met het skelet door de kraakbeenachtige pezen. In vissen vormen die een reeks ‘W-vormige blokken’, myotomen genoemd, die het lichaam omsluiten en die voor de stuwkracht zorgen die nodig is voor de beweging.
De Zwemblaas
De zwemblaas bestaat uit een uitgerekte ovalen zak die tegen de bovenkant van het lichaam aan ligt, juist onder de wervelkolom en de nieren. Bij een koi is de zwemblaas in twee delen opgesplitst door een vernauwing, waar zich een buis bevindt die de zwemblaas verbindt met het darmkanaal. Dat buisje stelt de koi in staat de zwemblaas ‘bij te vullen’ door aan het wateroppervlak wat lucht naar binnen te happen. Deze luchtbel komt dan in het darmkanaal terecht, en wordt vervolgens door het buisje in de zwemblaas gepompt. De gasinhoud in dit orgaan wordt onder controle gehouden door een aantal bloedvaten. (De samenstelling van gassen in de zwemblaas is min of meer te vergelijken met de samenstelling van de lucht.) De belangrijkste functie van de zwemblaas is te verhinderen dat de vis gaat drijven, en dat de vis op een bepaalde diepte in het water blijft zonder te veel energie te moeten gebruiken. In koi, en in vele andere vissen, heeft de zwemblaas een tweede functie, namelijk het geluid via een aantal kleine botjes versterken en doorsturen naar het binnenoor.
Tanden
Een koi bezit geen kaaktanden, maar wel honderden kleine keeltanden die als grove maalinstrumenten gebruikt worden.
Kieuwen
De kieuwen zijn het equivalent van onze longen. Ze bestaan uit dunne, goed doorbloede kieuwplaatjes waarin uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tussen water en bloed mogelijk is. Kieuwplaten zorgen voor oppervlaktevergroting. Ze ontstaan uit kieuwzakjes die gevormd worden door uitstulpingen van huid en kieuwdarm. De kieuwplaatjes worden afgewisseld met open kieuwspleten waardoor contact met de buitenwereld mogelijk is. De lucht wordt via de mond opgenomen en via de kieuwspleten naar buiten gebracht. De kieuwen worden ondersteund door beenstukjes (kieuwbogen) en beschermd door een beweeglijk kieuwdeksel In kieuwen is de stroomrichting van het zuurstofarme bloed langs het uitwisselingsoppervlak tegengesteld aan de waterstroom. Het diffusieproces van zuurstof in de richting van het bloed wordt daardoor benut over het gehele kieuwoppervlak. Koi ademen, filteren plankton uit het water en wisselen gassen uit langs hun kieuwen. Wanneer een koi een ziekte oploopt zoals kieuwrot wordt gasuitwisseling onmogelijk en zal het dier sterven door hypoxie. Gezonde kieuwen bevatten een rode, blinkende kleur. Bleke kieuwen kunnen wijzen op anemie, en bruinachtig verbleekte kieuwen wijzen op een nitrietvergiftiging. Verslijmde kieuwen zijn bedekt met een wit beleg, voornamelijk op de kieuwtoppen. Dit verschijnsel kan ontstaan ten gevolge van een parasitaire infectie, maar ook ten gevolge van een slechte waterkwaliteit of door een beschadiging omwille van het gebruik van medicatie of giftige stoffen. In chronische gevallen wordt het kieuwweefsel langzaam weggevreten.
Spijsvertering
De spijsvertering bevat drie functies: fijnmaken en vermengen van voedsel (door de keeltanden), chemische afbraak van voedsel (door spijsverteringsenzymen), en opname voedingsstoffen. De maag is anatomisch afwezig bij de koi. Nochtans worden er wel maagenzymes geproduceerd in het lichtjes opgezette deel tussen slokdarm en de darm. Dit gedeelte kan dan ook beschouwd worden als een ‘fysiologische maag’. Vervolgens wordt er ook geen onderscheid gemaakt tussen dunne en dikke darm.
De Milt
De milt is een donkerrood orgaan, dat zich vlakbij het darmkanaal en bij de lever bevindt. De milt produceert rode en witte bloedlichaampjes. De rode bloedlichaampjes spelen een rol in het zuurstoftransport, en de witte bloedlichaampjes spelen een rol in de immuniteit.
De Lever
De lever bestaat uit verschillende kwabben die van vis tot vis verschillen in grootte. De normale kleur is bruin tot donkerrood. Bij een eerder witachtige kleur is er sprake van leververvetting. De belangrijkste functie van de lever is het opslaan van glycogeen en in mindere mate het opslaan van andere voedingsstoffen. Wanneer glucose en andere enkelvoudige suikers opgebruikt zijn door de organen en de weefsels, ontstaat er een afgifte van glycogeen door de lever. Deze stof wordt vervolgens afgebroken tot glucose, waardoor de cellen ‘brandstof’ krijgen. De lever breekt ook oude en beschadigde bloedlichaampjes af, waardoor gal geproduceerd wordt.
De Galblaas
In de galblaas wordt de continue galstroom uit de lever opgevangen. De mucosa van de galblaas onttrekt water aan de galvloeistof. Hierdoor wordt de gal vrij dik en groen van kleur. Vanuit de galblaas loopt een buisje naar het darmkanaal, waar de gal met de vaste afvalstoffen wordt gemengd. De galblaas is dus de verbinding tussen de lever en de darm.
Alvleesklier
De pancreas is bij de koi een afzonderlijk orgaan en bestaat uit zacht weefsel, en lijkt hierbij op de lever. De pancreas produceert spijsverteringsenzymen die in het darmkanaal worden gebracht voor een chemische afbraak van het voedsel.
De Nieren
De nieren bestaan uit twee organen die zich in het bovenste gedeelte van het lichaam bevinden, aan weerszijden van de wervelkolom of ruggengraat. Elk van de twee nieren is eigenlijk een stelsel van buisjes dat omgeven is door een netwerk van capillaire. Deze zijn verbonden met een kanaalstelsel dat uitmondt in de ureter, die van de nieren naar een porie loopt dat zich net voor de anus bevindt, en waar de urine afgevoerd wordt. Bij koi is ammoniak het eindpunt van het stikstofmetabolisme en dit wordt dan ook hoofdzakelijk uitgescheiden. Tenslotte spelen de nieren samen met de kieuwen een belangrijke rol in de waterhuishouding.
Voortplantingsorganen
De voortplantingsorganen zijn bij de mannetjes de testikels, en bij de vrouwtjes de ovaria. De testikels produceren spermatozoïden, waarvan er in de paaitijd vele miljoenen kunnen worden geproduceerd. Bij het wijfje kan men het hele jaar door eieren in de ovaria vinden, maar buiten de paaitijd is het aantal vruchtbare eitjes erg laag.
Hersenen
De hersenen zijn zacht en roze en bevinden zich in de botachtige schedel. De hersenen bestaan uit drie gedeelten: de voorste hersenen, de middenhersenen, en het verlengde ruggenmerg. Bij de hoger gewervelde dieren zijn de voorste hersenen enorm uitgegroeid. Bij evenwichtsdieren (waaronder de koi) is vooral het dak van de achterhersenen in omvang toegenomen. Bij vissen is het de zetel van de reukzin en tevens het coördinatiecentrum voor voortbeweging en evenwicht. Ook het hongercentrum is in de hersenen gelegen, het activeert het eetgedrag. Het kent tevens een tegenhanger in het ‘verzadigingscentrum’ dat de eetlust afremt.
Het Ruggenmerg
Het ruggenmerg is het achterste verlengde van de hersenen. Het strekt zich uit over bijna het gehele lichaam en is verbonden met zenuwen. Zoals bij de gewervelde dieren dient het ruggenmerg als ‘doorgeefluik’ voor zenuwimpulsen tussen de hersenen en het lichaam.
Het Zenuwstelsel
Naast de hersenen en het ruggenmerg, is er een complex netwerk aanwezig van zenuwen. Het zenuwstelsel geeft zintuiglijke informatie door aan de hersenen en activeert de spieren, klieren en weefsels. Er zijn twee soorten zenuwstelsels, namelijk het somatische zenuwstelsel en het vegetatieve. Het vegetatieve zenuwstelsel verzorgt de regeling van de orgaanfuncties van het lichaam. Omdat dit volledig aan de wil onttrokken is, wordt dit ook wel het autonome zenuwstelsel genoemd. Het somatische zenuwstelsel daarentegen geeft signalen door die bewuste activiteiten in gang zetten, zoals het samentrekken van spieren om een bepaalde beweging te maken. Deze activiteiten staan onder willekeurige controle en lopen bewust af.
De Bloedsomloop
De bloedsomloop is het transportsysteem waardoor voedingsstoffen en zuurstof de lichaamscellen bereiken en waardoor afvalstoffen terug worden verwijderd. Het hart zorgt voor de pompkracht en stuwt het bloed door de aderen, eerst naar de kieuwen en vervolgens naar de hersenen en andere lichaamsdelen, waarna het bloed terug bij het hart aankomt. De belangrijkste functie van de bloedsomloop is het transporteren van zuurstof en het verwijderen van koolstofdioxide uit het lichaam. Er wordt tevens gezorgd voor een aanvoer van voedingsstoffen naar de verschillende weefsels. De weefsels verwerken deze en produceren stikstof. De stikstofhoudende afvalstoffen verlaten het lichaam in de vorm van ammoniak, en wordt door de kieuwen uitgescheiden in het water.
Het hart
Het hart ligt net achter en onder de kieuwbogen. Het is een grote gespierde pomp dat bestaat uit vier verschillende kamers.